Een gedicht voor mijn lang gemiste vriend van de middelbare school en daarna, over een avond zo magisch dat hij ons voor eeuwig verbond, ook al raakte die magie later uit het zicht.
Een avond met C.
Onder de dakspanten
van hun smalle witte huis
bracht de miraculeuze
vroedvrouw van Lourdes
(trapluik omhoog
echt geen controle)
ons heel normale thee.
Wij rookten doodgewone sjek.
We zeiden weinig maar ademden
glasheldere luchtbellen uit
groter dan ons hoofd
waarin alles dreef en spiegelde
wat er te zeggen viel.
Tsjaikovsky, Young, Bach
Tangerine Dream.
Onder het huiswaarts gaan
waait mij geurig blad mee.
Beneden in het dal glinsteren
naast elkaar Maas en kanaal.
Fiets nog in de hand
deins ik voor de achtertuin:
drie gekroonde kraanvogels
drinken uit ons vijvertje
verzilverd door de maan.