Langs het fietspad strekt zich de ruige groenstrook over een greppel

daarachter een grasveld en dan de vijftien meter brede strook

bomen en struiken die de verdiepte snelweg bovenlangs omzoomt.

Door de eerste bosjes loopt een olifantenpaadje,

al klinkt ‘hertenpad’ gepaster gezien de geringe breedte.

Op zeker moment stonden er pallets.

Halverwege de zomer hadden ze plaats gemaakt

voor een serieus hek met metalen raster.

Op publieke grond had iemand paal en perk gesteld.

 

Ik zie ze soms gaan, de een wat havelozer

dan de ander, mensen wier taal ik niet machtig ben

en die huizen in een tentje naast de A27.

Oost-Europeanen. Seizoenarbeiders zonder werk?

Onder hen een ondernemend type dat zich zo

thuis voelt dat hij dit terrein, misschien uit angst,

tot het zijne verklaart en afbakent met een hek.

Zo zijn aanwezigheid hier materialiserend,

is dat wel handig? Heeft zich al een beambte gemeld?

 

Vlak voor het viaduct over de snelweg verderop

nog een ingang tot deze sub-urbane wildernis

dichtbij de plaats waar het talud zo’n tien meter daalt.

Een betontegel markeert die plek, erop een stoel

met stalen poten en paarse plastic zitting.

Wanneer ik later terugkeer is de stoel weg.

Ik heb het nog niet aangedurfd mij bij het hek te melden.

Straks verdwijn ik in een konijnengang of een wormgat

waarachter ongedachte dimensies kronkelen.

Is er wel een bel? Doet iemand open als ik roep?

 

Het hek deed me denken aan wat Jean-Jacques Rousseau zegt in zijn

Verhandeling over de oorsprong en de grondslagen van de ongelijkheid onder de mensen

dat de ongelijkheid begon met een hek plaatsen

plus het geloof van gewone mensen in de legitimiteit ervan.

 

Al wil ik deze ontheemden in het openbare groen allerminst

het stichten van de burgerlijke samenleving in de schoenen schuiven.

Ik hoop maar dat hun schoenen vrij zijn van gaten

en dat ze zich warm kunnen houden in de winter.